Er gaan meer meisjes naar school

Meer meisjes naar school

Het percentage meisjes dat naar de basisschool gaat ten opzichte van het percentage jongens is in ontwikkelingslanden toegenomen van 91 procent in 1999 tot 97 procent in 2010. Vooral in Zuid-Azië is veel vooruitgang geboekt: een stijging van 83 naar 98 procent. De doelstelling dat net zoveel meisjes als jongens naar de basisschool gaan, lijkt dan ook in veel regio's gehaald te zullen worden in 2015. Met het oog op het middelbaar en hoger onderwijs, is het percentage meisjes in relatie tot jongens tussen 1999 en 2010 gestegen van respectievelijk 88 naar 96 procent en van 82 naar 98 procent.

Maar net als bij de andere millenniumdoelen bestaat er een grote variëteit tussen de verschillende regio’s. In Afrikaanse landen beneden de Sahara is gendergelijkheid in hoger onderwijs moeilijk te bereiken, met een percentage van 63 procent. Ook in Zuid-Azië (76 procent) en West-Azië (89 procent) ligt dit percentage lager. Richt men zich op het middelbaar onderwijs, dan scoren deze drie regio’s wederom het laagst. In het algemeen ervaren meisjes uit arme gezinnen de hoogste barrières voor het volgen van onderwijs.

Arbeidsmarkt 
Traditioneel werken veel vrouwen in ontwikkelingslanden in de landbouwsector en zijn zij juist ondervertegenwoordigd in andere sectoren. Het maakt de positie van vrouwen kwetsbaar. Veel van het werk in de landbouwsector is onbetaald en de vrouwen missen de grotere zekerheid en sociale bescherming die voortvloeit uit loonarbeid.

Tussen 1990 en 2009 steeg het aandeel vrouwen werkzaam buiten de landbouwsector in ontwikkelingsregio’s gestaag, van 35 procent in 1990 tot 40 procent in 2010. Maar ook hier zien we een groot verschil tussen regio’s. Waar in Latijns-Amerika en sub-Sahara Afrika winst is geboekt, is er in Noord-Afrika geen vooruitgang op dit gebied te zien. In 2010 lag het percentage vrouwen dat niet werkzaam is in de landbouwsector in West- en Zuid-Azië en in Noord-Afrika op 20 procent of lager, in sub-Sahara Afrika op 33 procent en in Latijns-Amerika op 43 procent. Ter vergelijking: in de ontwikkelde landen ligt dit percentage op 48 procent. Waar vrouwen wel een groot aandeel van de arbeidsmarkt vervullen, ondervinden zij meer barrières in het bereiken van hogere posities. Wereldwijd vervullen vrouwen slechts 25 procent van senior management functies.

Ook buiten de landbouwsector werken veel vrouwen in de informele sector, wat betekent dat zij niet officieel in loondienst staan, en is hun werk onzekerder en veelal slechter betaald. Meer dan 80 procent van de vrouwen werkzaam buiten de landbouwsector in Mali, Zambia, India en Madagaskar, en bijna driekwart van de vrouwen in Peru, Paraguay, Uganda, Honduras, Bolivia, El Salvador en Liberia hebben een informele baan. Ook in andere ontwikkelingslanden liggen deze percentages hoog.

Meer vrouwen in parlement
Wereldwijd is de politieke vertegenwoordiging van vrouwen tussen 2000 en 2012 toegenomen. Toch spelen mannen nog steeds een dominante rol. Het aandeel vrouwen in het parlement in ontwikkelingslanden steeg van 12 procent in 2000 tot 18 procent in 2012. Latijns-Amerika (23 procent) en sub-Sahara Afrika (20 procent) scoren hier het hoogst, Noord-Afrika (12 procent), West-Azië (9 procent) en Oceanië (2 procent) het laagst. In de ontwikkelde landen steeg het percentage van 16 naar 23 procent.

(laatste update januari 2013)

Mdg: