|
Zonder goed plan valt er weinig te oogsten. Dat geldt voor landbouwers maar ook voor wie een actie wil opzetten of met anderen wil samenwerken rond duurzame landbouw. Hieronder vind je een voorbeeld van stappenplan met enkele tips. Dat plan geldt alleen als voorbeeld maar getuigt ook van de boerenwijsheid: bezin voor je begint. De campagne startte in oktober 2006 met een nationaal actiemoment. In 2007 worden er lokaal aanknopingspunten gezocht in verschillende lopende campagnes. In het volgende deel vind je een overzicht van een aantal van die campagnes. Het doel is dat mensen die lokaal actief zijn rond duurzame landbouw - en dat vanuit verschillende invalshoeken - de handen in elkaar slaan. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Dit hoofdstuk wil je een aantal tips geven hoe je te werk kunt gaan. De eerste vraag is natuurlijk hoe jouw vereniging zich kan inzetten rond dit thema? Rond welke eisen of aandachtspunten wil jij in jouw gemeente werken? Je kunt je hiervoor baseren op de eisen van de nationale campagne en eigen lokale accenten leggen. Meerdere invalshoeken zijn natuurlijk ook mogelijk. 1. Een goede voorbereiding van de grond. Als je dit actiehandboek in je bus vindt wil dat zeggen dat jouw organisatie of vereniging op één of andere manier te maken heeft met het thema landbouw, in een internationale invalshoek of misschien op een meer lokale schaal. Landbouw 2015 richt zich tot verschillende sectoren. Het is dan ook de bedoeling lokaal de bedoeling om andere organisaties voor de wagen te spannen. Specifiek richten we ons tot derde wereldgroepen, milieuverenigingen, landbouwers en consumentenverenigingen, maar ruimere samenwerking is mogelijk. Je kunt voor veel adressen terecht bij je gemeente of provincie of bij de nationale koepels. Heel wat adressen vind je gewoon op het internet.e landbouw – en dat vanuit verschillende invalshoeken – de handen in elkaar slaan. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Dit hoofdstuk wil je een aantal tips geven hoe je te werk kunt gaan. Verslag Maak van de vergadering een verslag dat vooral grote lijnen en afspraken weergeeft. Geef die taak bij voorkeur aan een neutraal iemand of iemand die zich niet actief in de discussie moet mengen. Zo kan de verslaggever zich concentreren op zijn taak en vermijd je dat één visie iets te uitgebreid aan bod komt. Opvolging Maak duidelijke afspraken voor opvolging en leg een volgende vergaderdatum vast. Zorg dat het verslag opgestuurd wordt binnen een termijn van 1 week.
Adres gezocht? Adressen van Noord-Zuidorganisaties: Op de website van 11.11.11 vind je per gemeente een handig overzicht van alle Noord-Zuidgroepen en verenigingen in jouw gemeente. Kies daarvoor op de homepage www.11.be de knop ‘gemeenten’ in het snelmenu links. De lokale leden van de Bond Beter Leefmilieu vind je op www.bblv.be/page.php/11. Klik op de kaart van Vlaanderen op jouw gemeente of vul de gegevens in op het formulier onderaan. Opgelet: voor een aantal milieu- en natuurverenigingen moet je andere kanalen gebruiken. De lokale afdelingen van Natuurpunt vind je op www.natuurpunt.be. Klik in het menu links op ‘wie zijn wij’ en kies voor afdelingen/werkgroepen. Vul je gemeente in op het formulier onderaan. Voor afdelingen van VELT kun je op de website www.velt.be terecht. Hier kies je voor de knop ‘contacteer ons’ in het menu bovenaan. Kies vervolgens je provincie. Hier vind je een overzicht van alle afdelingen en een telefoonnummer. Voor meer gegevens klik je op de naam van de afdeling. Wie een lokale JNM-afdeling wil contacteren, gaat naar www.jnm.be/afdelingen.php. Ook hier een handig kaartsysteem dat je toelaat de gegevens van je gemeente direct te bekijken. De gegevens van de milieuraad vind je via www.milieuraad.be Gegevens over producenten en verdelers van biologische landbouwproducten zijn te vinden op de website www.biodichtbijhuis.be Adressen van wereldwinkels tenslotte vind je op www.oww.be |
Denk er ook aan minder evidente partners zoals jeugdverenigingen, seniorenverenigingen, vrouwenorganisaties, migrantenverenigingen, vluchtelingen,… uit te nodigen. Maak een kaart met de gegevens van de organisaties die je wilt of kan uitnodigen. Overweeg ook beleidsmakers uit te nodigen zoals schepenen en ambtenaren verantwoordelijk voor milieu, ontwikkelingssamenwerking, landbouw, aankoopbeleid, enz. Andere beleidsdomeinen zijn ook mogelijk, afhankelijk van de focus die je kiest. Zorg voor een degelijk adressenbestand. Gebruik daarvoor een database als Acces of een spreadsheet zoals Excel of de Open Sourcevarianten. Wil je uitnodigingen per e-mail versturen maak een adresboek aan. Maar vergeet niet dat zelfs anno 2006 nog niet iedereen is aangesloten op het internet. Zorg dat ook die mensen uitnodigingen krijgen . Ook Steunpunt Lokale Agenda 21 (VODO) en het verenigingensteunpunt voor duurzaam lokaal milieubeleid (Tandem) hebben een aanbod van methodieken, sprekers, projecten die in het kader van Landbouw 2015 passen. Meer info: www.sla21.be of www.tandemweb.be.
2. Informatie zaaien en ideeën sprokkelen
Om de punten waarrond je wil werken te vertalen in een actie moet je mogelijke partners samenroepen om hen te informeren over de bedoelingen en mogelijkheden van de campagne en ideeën of invalshoeken te sprokkelen. Vergaderen dus. Enkele tips: Voorstelling Je organiseert een vergadering met verenigingen en deelnemers waarvan sommigen elkaar niet kennen. Andere zijn misschien onvoldoende vertrouwd met het thema duurzame landbouw of de thema’s uit de andere sectoren. Begin met een voorstellingsronde. Ga na rond welke landbouwthema’s de aanwezigen werken of kunnen werken, waar zijn de kruisverbanden, of hoe je de verschillende thema’s in één actie kan gieten. Een Goede Agenda Zorg voor een goede agenda. Je kunt best eens informeren bij de deelnemers of – als het om een grote groepen gaat - bij enkele sleutelfiguren welke punten zij op de agenda willen zien. Op die manier betrek je de deelnemers en voelen zij zich een beetje meer verplicht op te dagen. Maak een duidelijk onderscheid tussen agendapunten die louter informatief zijn en punten waarover beslist moet worden. Zorg voor een goede agenda. Je kunt best eens informeren bij de deelnemers of – als het om een grote groepen gaat - bij enkele sleutelfiguren welke punten zij op de agenda willen zien. Op die manier betrek je de deelnemers en voelen zij zich een beetje meer verplicht op te dagen. Maak een duidelijk onderscheid tussen agendapunten die louter informatief zijn en punten waarover beslist moet worden. Achtergrondinfo Bezorg de deelnemers teksten die relevant zijn voor de agenda. Veel van die teksten vind je op www.landbouw2015.be of in deze handleiding. Verwijs niet alleen door naar de websites waarop de documenten te vinden zijn. Dat werkt drempelverhogend. Geef op voorhand al uitleg bij de verschillende agendapunten. Dat werkt tijdbesparend. Vergaderritme Maak er geen marathonslag van. Zorg voor korte pauzes om het uur. En vergader niet langer dan 3 uur. Hou de tijd in het oog en grijp in als de discussies de verkeerde kant opgaan. Probeer op voorhand in te schatten hoeveel tijd elk agendapunt in beslag zal of moet nemen. Probeer je daaraan te houden. Voorzitter of moderator Zorg voor een ervaren voorzitter die de vergadering in goede banen kan leiden. De voorzitter heeft de moeilijke taak ervoor te zorgen dat - discussies relevant blijven en niet ontsporen
- iedereen aan het woord komt en verschillende visies aan bod komen
- de timing wordt gerespecteerd
- alle agendapunten aan bod komen
Tip Je kunt de oefening maken op basis van het eisenpakket van de campagne Landbouw 2015. Schrijf de eisen op grote kaarten en laat elke deelnemer of organisatie opschrijven hoe hij of zij werkt rond dat thema en op welke doelgroep zij zich met die actie richten. Breng zo het deelnemersveld in kaart. Ga na welke de gemeenschappelijke interessegebieden zijn.
3. Samen Ploegen Nu we elkaar kennen en weten rond welke thema’s we willen werken, kunnen we een actiemodel bedenken. Het is niet nodig om telkens weer het wiel uit te vinden. Heel wat organisaties stellen al een aantal actievormen voor (zie volgende hoofdstukken). Of je kunt je lokale actie aan de kar (of tractor) van een bestaande campagne hangen. Verder in dit handboek vind je een aantal campagnes die expliciet door partners van landbouw 2015 worden georganiseerd. In deze belangrijke fase beantwoord je de vraag: Wie doet wat, waarom, wanneer, waar en met welke middelen? Waarom? Het ‘waarom’ van deze campagne werd al eerder in deze gids beantwoord. Maar wellicht wil je eigen accenten leggen, of lokale invalshoeken toevoegen. Samen met de partners kun je op papier zetten welke doelstellingen of resultaten je met je actie wil bereiken.
Wie? Wie slaat in de eerste plaats op de doelgroepen die je wil bereiken. Ook als je een vrij algemene doelgroep hebt zoals de lokale bevolking kan het interessant zijn om deelgroepen te onderscheiden. Je actie en de communicatie zal misschien moeten aangepast worden aan de interesses of mogelijkheden van bepaalde doelgroepen. Denk ook aan doelgroepen die we wel eens uit het oog verliezen zoals personen met een handicap of etnisch-culturele minderheden.
In de tweede plaats slaat ‘wie’ op je eigen partners, de organisaties en mensen met wie je samenwerkt. Zet een taakverdeling en afspraken op papier. Maak hiervoor een checklist. Tenslotte hebben we ook over mensen of groepen die jouw actie een morele of materiële steun in de rug kunnen geven. In de eerste plaats het gemeentebestuur of de provincie, organisaties vertegenwoordigd in de adviesraden, sociale partners, socioculturele verenigingen,… Wat? Wanneer je weet welke doelgroepen je wil bereiken en welke je doelstellingen zijn kun je de actie definitief vorm geven. Je kunt beroep doen op modellen of een activiteitenaanbod die op Vlaams niveau al aangeboden worden en die in het laatste hoofdstuk worden voorgesteld. Geef je actie een duidelijk herkenbare naam en plaats ze onder het logo van één van de campagnes die we verder voorstellen. Eigen actievormen bedenken kan natuurlijk ook. Welke Middelen? We hebben het hier natuurlijk - maar niet uitsluitend - over financiële middelen. Misschien kun je beroep doen op de lokale overheid voor een projectsubsidiering. Op Vlaams niveau zijn er ook een aantal actoren waar je terecht kunt voor projectsubsidies zoals Kom Uit Uw Kot of –indien het om een samenwerking met het lokaal bestuur over een milieuthema gaat- Tandem.
We hebben ook over logistieke middelen zoals gebouwen, materiaal,… Controleer ook of je voor bepaalde activiteiten geen vergunning of toelating van de overheid nodig hebt. En last but not least slaan de middelen ook op het communicatieplan. Al te vaak zien we dat een project tot in de puntjes is georganiseerd maar er uiteindelijk geen volk opdaagt omdat men is vergeten te communiceren. Zorg voor een gezonde mix van persoonlijke en massacommunicatie, actieve en passieve,… Denk aan: - De lokale media
- Het gemeenteblad
- Brief- en e-mailcampagnes
- Affiches en flyers verspreid op zoveel mogelijk plaatsen
- Mensen persoonlijk aanspreken
Hou je communicatie zakelijk. In één oogopslag moet de lezer of kijker weten waarover het gaat (wie, wat, waarom, wanneer en waar). Filosofische uitweidingen of poëtische mijmeringen zijn uit den boze.
Tips Samenwerking tussen lokaal bestuur en middenveld Heel wat knowhow zit bij je gemeentebestuur. Deze acties zijn dan ook een gelegenheid om de samenwerking tussen gemeente en middenveld aan te halen. Gemeenten zijn met heel wat projecten bezig die raakvlakken hebben of kunnen hebben met het thema landbouw. Denken we aan de samenwerkingsovereenkomst ‘milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’ of de convenanten Internationale Samenwerking. Je actie gezamenlijk opzetten met het gemeentebestuur lijkt dan ook om meer dan één reden een goed idee. Kom uit uw kot De Kom uit uw Kot campagne lanceerde een oproep voor samenwerking tussen partners uit diverse sectoren. Bijvoorbeeld een milieuvereniging met een seniorenvereniging, of een toneelvereniging met een noord-zuidvereniging, veel combinaties zijn mogelijk. Diversiteit werkt verruimend en daar gaat het om. Het doel is verenigingen samenbrengen met als leidraad het thema ‘goed samenleven’, in de ruime zin van het woord. Daarbij wordt gezocht naar bruggen tussen verschillende perspectieven en thema’s. Het is een zoektocht naar samenwerkingsmodellen om mekaar beter te kunnen begrijpen door aan een gezamenlijk project te werken. De belangrijkste criteria zijn het samenwerkingsverband en het innovatieve karakter van het project of activiteit. Uit de antwoorden van de projectoproep worden 30 samenwerkingsverbanden geselecteerd die per partner maximaal 600 euro krijgen voor het pilootproject (maximaal 1200 euro samen). Het project moet volledig zijn afgerond voor 1 september 2007. Meer informatie vind je op www.komuituwkot.be. |
|