hamererop  
  
. .   Startpagina
Millenniumdoelen


Waardig werk

2006-2008: Landbouw2015: Recht op voedsel & vrijhandel nekt de boeren PDF Afdrukken E-mail


De eerste Millenniumdoelstelling belooft honger en armoede wereldwijd aan te pakken. Maar daarvoor is een ander landbouwbeleid nodig! Liefst 600 miljoen boeren lijden honger. En dat terwijl ze juist voedsel produceren.

 In Landbouw2015 bundelden Noord-Zuidorganisaties samen met organisaties als Greenpeace, Bond Beter Leefmilieu, Natuurpunt, VELT, Wervel of het Vlaams Agrarisch Centrum  hun eisen voor een samenhangend beleid, gericht op duurzame landbouw in Noord en Zuid:


  1. De verdeling en de toegang tot voedsel kunnen niet aan de grillen van de vrije markt overgelaten worden.
  2. Betere handelsregels voor landbouwproducten. Landen moeten hun landbouw kunnen afschermen.
  3. Steun aan kleinschalige en duurzame landbouw met eerlijke prijzen.

    Van de ruim 850 miljoen mensen die wereldwijd honger lijden, is de overgrote meerderheid boeren. En dat terwijl ze juist voedsel produceren!
    De boeren bevinden zich vaak in deze paradoxale situatie door een moeilijke toegang tot vruchtbare gronden, water, kredieten en zaden. Nationale overheden hebben maar al te vaak andere prioriteiten. Bovendien kunnen de kleine boeren in het Zuiden niet opboksen tegen de overspoeling van goedkope ingevoerde producten op hun plaatselijke markten. Zo komen ze massaal in het doodlopend straatje van honger en armoede terecht. Terwijl voedsel toch een mensenrecht is! Iedereen heeft het recht op een goede en gezonde voeding. Al te veel mensen blijven van dit basisrecht verstoken. En het wordt er niet beter op door alles maar aan de vrije markt over te laten.

    Ook het milieu is er de dupe van. De grootschalige en nog steeds toenemende industrialisering van de landbouw weegt zwaar op het eeuwenoude evenwicht tussen mens en milieu. De natuur krijgt hiervan de vervuilde rekening voorgeschoteld. Dit kan zo niet langer!




    Het kan anders! Gezamenlijk moeten we groeien naar een duurzame landbouw die aangepast is aan de lokale omstandigheden zonder de bodem uit te putten.
    Dergelijke landbouw is in de eerste plaats gericht op de regionale voedselvoorziening én respecteert tegelijk de natuur. Met duurzame landbouw kunnen de boeren de wereld voeden, niet alleen vandaag, maar ook in de toekomst. Zo kunnen onze kleinkinderen zich ook goed en gezond voeden.

    Met dit in het achterhoofd slaan de Noord-Zuidbeweging en de milieuorganisaties de handen in elkaar.

    Met het samenwerkingsverband 2015 DE TIJD LOOPT voert de Noord-Zuidbeweging tien jaar lang campagne rond de Millenniumdoelstellingen. 191 landen engageerden zich binnen de Verenigde Naties om tegen 2015 de honger en de armoede in de wereld te halveren. 




    Binnen dit kader eisen we samen, vanuit de Noord-Zuidbeweging en vanuit de milieuorganisaties, meer aandacht voor duurzame landbouw in Zuid én Noord. En dit om iedereen wereldwijd van voedsel te voorzien. Onze tien eisen omvatten niet alleen steun aan duurzame landbouw, maar ook aandacht voor betere handelsregels. En zélf kunnen we er ook iets aan doen. 

    De 10 eisen van de Noord-Zuid-beweging en de milieuorganisaties:

     1  Recht op afschermen van lokale markten garanderen
     2  Kwaliteitsbevorderende handelsregels stimuleren
     3  Dumping van landbouwproducten stoppen
     4  Eerlijke en stabiele prijzen voor landbouwproducten
     5  De greep van multinationals op de landbouw beperken
     6  Kleinschalige duurzame landbouw in het Zuiden steunen 
     7  De positie van de vrouwen in de landbouw versterken
     8  Regionale landbouwmarkten stimuleren
     9  Milieuvriendelijke productie in het Noorden stimuleren
    10 Duurzaam consumentengedrag promoten





    Betere handelsregels

    In dat eisenpakket hebben we het ook over handel. Landbouw en handel zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Boeren produceren voedsel voor zichzelf, maar ze verkopen hun producten ook om inkomsten te krijgen. De prijs die ze voor een product krijgen, bepaalt dus in grote mate de welvaart van het gezin. Lokale markten in het Zuiden worden op veel plaatsen echter ontwricht door goedkope invoer van bijvoorbeeld kippen, ajuinen, maïs, rijst en melkpoeder.

     Als die producten ook nog eens gesubsidieerd werden, dan hebben we te maken met dumping, wat gelijk staat met het uitvoeren onder de kostprijs. Dumping is oneerlijke concurrentie en doet de prijzen kelderen. Hierdoor zakt het gezinsinkomen van de lokale boerenfamilies als een pudding in elkaar.


    We kunnen daarom de productie, de verdeling en de toegang tot voedsel niet aan de grillen van de vrije markt overlaten. Alle regio’s (en vooral de armste landen) moeten het recht krijgen om hun eigen markten af te schermen tegen deze goedkope invoer en ecologische dumping. Veel kleine boeren zijn ook afhankelijk van exportlandbouw zoals koffie en cacao. Schommelingen en te lage prijzen van deze grondstoffen hebben miljoenen gezinnen getroffen.

    Een eerlijke en stabiele prijs voor de landbouwproducten is de beste manier om de boeren een waardig bestaan te garanderen. Maar ook de milieukost moet in de prijs verrekend worden. Het gaat bovendien niet op dat zwakkere milieuregels gelden voor ingevoerde producten dan voor de binnenlandse productie.






    Steun kleinschalige duurzame landbouw

    Anno 2006 is landbouw big business. Een handjevol gigantische landbouwmultinationals bepalen momenteel de wereldmarkt en gaan met het grootste deel van het geld lopen. Om meer winst te maken, zoeken de multinationale ondernemingen steeds goedkopere productieomstandigheden. Er moeten maatregelen genomen worden om de macht van de multinationals in te perken en de positie van de landbouwers te versterken.

     Boeren overal ter wereld kunnen de gemeenschap voeden. Maar dan is er wel nood aan toegang tot gronden, water, … en tot markten met stabiele en lonende prijzen. En er is ook nood aan meer onderzoek rond duurzame landbouw en steun aan sterke boerenorganisaties.

    In de meeste delen van de wereld is landbouw een vrouwenzaak. Afrikaanse vrouwen bijvoorbeeld staan in voor tachtig procent van de voedselproductie. Zij trekken ook naar de lokale markt om hun producten aan de man te brengen. Toch worden plattelandsvrouwen nog op veel gebieden achtergesteld. Zo bezitten ze zelden het land dat ze bewerken, en mogen ze hun geldpotje niet altijd zelf beheren.

    Duurzame landbouw zal dan enkel een toekomst hebben als we de obstakels uit de weg ruimen die boerinnen ervan verhinderen te leven van hun landbouw.

    Overheden moeten ook een milieuvriendelijke landbouw stimuleren, die rekening houdt met de draagkracht van de aarde. Daarbij is het promoten van regionale markten zeer belangrijk. Het is toch al te gek dat landbouwproducten de halve wereld moeten afreizen, als ze ook ter plaatse kunnen geteeld worden.





    In het winkelwagentje. Of wat kan je zelf doen?


     Het is duidelijk dat veel van onze eisen gericht zijn aan overheden op diverse beleidsniveaus en internationale instanties. Maar zelf zijn we ook consumenten en dus beschikken we over een behoorlijke portie macht. Elke dag krijgen we landbouwproducten op ons bord. Dat maakt dat we zelf keuzes kunnen maken. Door producten te kopen die op een duurzame manier zijn voortgebracht, die in eigen streek geproduceerd zijn, bij een Wereldwinkel, door je aan te sluiten bij een voedselteam of door af en toe wat minder vlees te eten, tonen we een bewust consumptiegedrag. Zo steunen we de boeren en het milieu in het Zuiden én het Noorden met een eerlijke prijs. En daarvoor hoeven we niet op beleidsveranderingen te wachten.

     



    De Coalitie tegen de Honger is een open samenwerkingsverband van een aantal Belgische ngo’s actief rond de voedsel- en landbouwproblematiek: Vredeseilanden, Trias, Oxfam Solidariteit, FIAN, SOS Faim, CSA en CNCD-11.11.11.
    .   
    Laatst bijgewerkt op ( vrijdag 30 oktober 2009 )
     
    2015 TV
     2015 - TV
    Artikels